Terreinbeheerders worstelen met reuzenberenklauw

[Door: Saskia Buitelaar in Binnenlands Bestuur]

Wat is de beste manier om de gevaarlijke reuzenberenklauw te bestrijden? Gemeenten, provincies, waterschappen en andere terreinbeheerders zoeken het antwoord in tegengestelde richting. De stad Utrecht was ontevreden over chemische bestrijding, ook andere gemeenten weren de gifspuit. Waterschap Scheldestromen gaat er juist mee experimenteren; maaien werkt averechts, merken ze in Zeeland.
Het Zeeuwse waterschap gaat de komende twee jaar groeiplaatsen waar reuzenberenklauw de afgelopen tijd werd weggemaaid als proef chemisch bestrijden. Dat blijkt uit een brief van het waterschap aan het Zeeuwse statenlid Fran├žois Babijn (Partij voor Zeeland). Hij vroeg vorige maand middels een open brief aandacht voor de risico’s van reuzenberenklauw en ander onkruid dat de gezondheid of biodiversiteit bedreigt.

De exotische plant rukte de laatste jaren sterk op in Zeeland, volgens het waterschap en vormt een bedreiging voor de inheemse biodiversiteit. Bovendien is het onkruid gevaarlijk, omdat aanraking met het sap van de plant ernstige brandwonden kan opleveren. Tot dit jaar bestreed Scheldestromen de reuzenberenklauw hoofdzakelijk door maaien, maar dat leidde eerder tot een toename dan een afname van het aantal exemplaren. De verspreiding vindt niet alleen plaats door natuurlijke verspreiding, maar ook via mensen. De zaden blijven kleven aan banden van auto’s, trekkers en maaiers. Het waterschap hoopt dat chemische bestrijding effectiever is, maar houdt er rekening mee dat een afname van het aantal haarden niet direct zichtbaar is, doordat afgevallen zaden van de reuzenberenklauw nog zeker twee jaar kiemkracht houden.

Ook andere terreinbeheerders worstelen met het onkruid. De stad Utrecht gebruikte in voorgaande jaren biologische bestrijdingsmiddelen. Dat werkte goed, maar kon niet voorkomen dat gezonde zaden vanuit andere terreinen de gemeentelijke gronden opwaaiden. Nu bestrijdt Utrecht reuzenberenklauw door maaien, uitsteken en afsteken. Ook veel andere gemeenten doen het op die manier. Op sommige plekken worden ook grazers ingezet, zoals schapen en Schotse hooglanders.

In Duiven ontstond deze zomer commotie nadat een hond zwaargewond was geraakt door contact met het giftige sap van de reuzenberenklauw. Burgers lanceerden een website met informatie over de plant en bevragen gemeenten in de regio over de manier waarop ze die bestrijden. Duiven doet dat door de plant uit te steken en te maaien, op gemeentelijke terrein. In reactie op vragen van de burgergroep liet Amersfoort weten actief samen te werken met onder andere Rijkswaterstaat, waterschap, ProRail en vrijwilligers. Door de plant uit te steken hopen ze voor 2018 de plant de stad uit te krijgen. De gemeente Wageningen meldt dat zij samen met andere gemeenten en de Wageningse Universiteit bekijkt hoe berenklauw het best is te bestrijden zonder gebruik te maken van bestrijdingsmiddelen.

In de brief aan Statenlid Babijn kondigt waterschap Scheldestromen ook aan om opnieuw te kijken naar een ander onkruid: akkerdistel. Het waterschap gaat bij Wageningen Universiteit het meest recente onderzoek opvragen naar de verspreidingsafstand van zaden van de akkerdistel. Het voor akkerbouwers schadelijke gewas wordt nu alleen bestreden wanneer het zich op minder dan dertig meter van een akker bevindt. Volgens Babijn is die norm controversieel, hij vraagt om nader onderzoek.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten