De Oostenrijkse berenklauw (Heracleum austriacum) is een vaste plant uit de schermbloemenfamilie (Apiaceae). Het is een Europees broertje van de beruchte reuzenberenklauw (Heracleum mantegazzianum), maar de Oostenrijkse berenklauw is aanzienlijk kleiner van statuur en minder invasief.
De plant bereikt een hoogte van ongeveer 30 tot 150 centimeter, afhankelijk van de ondersoort en groeiomstandigheden. Ze heeft een robuuste, meestal holle stengel die licht geribbeld en vaak spaarzaam behaard is. De bladeren zijn groot, gesteeld en diep verdeeld (pennatiséqué of samengesteld), met ovale tot lancetvormige segmenten. De onderste bladeren kunnen tot 50 cm breed worden. In de zomermaanden (juni tot augustus) produceert de plant karakteristieke samengestelde schermen (umbellen) met witte tot ietwat crèmekleurige bloemen. Deze bloeiwijzen zijn 8- tot 12-stralig en typisch voor de familie. Na de bloei ontwikkelen zich afgeplatte, gevleugelde vruchten (schizocarpen) van ongeveer 6 tot 8 millimeter lang, die lokaal door de wind verspreid worden.
De Oostenrijkse berenklauw is inheems in de Alpen en omliggende berggebieden van Centraal-Europa: Oostenrijk, Zwitserland, Noord-Italië, Slovenië en delen van de Balkan.
Ze groeit vooral op vochtige hellingen, beboste hellingen, kalkrijke bodems, subalpiene weiden, bosranden en karstlandschappen op hoogtes van enkele honderden tot een hoogte van 2,000 meter. Het is een zogenaamde hemicryptofyt, een levensvorm van tweejarige of vaste plant met de knoppen op of iets onder de grond, zodat ze worden beschermd door de strooisellaag, waardoor ze de vrieskou van de wintermaanden overleven.
In tegenstelling tot haar invasieve verwant (lees: de reuzenberenklauw) vormt ze zelden dichte monoculturen en is ze geen groot probleem voor de natuur of de mens. Maar vergis je niet, want ook de Oostenrijkse berenklauw bevat die beruchte furocoumarines in het sap, die bij contact met huid en zonlicht fytofotodermatitis (huidirritatie en blaren) kunnen veroorzaken. Voorzichtigheid blijft dus dus geboden.
Hoewel biologen claimen dat deze soort (slechts) een alpine verspreiding heeft, wordt de Oostenrijkse berenklauw door onnozele tuinliefhebbers soms in tuinen aangeplant. Ze vinden zijn statige uiterlijk zo mooi staan in hun borders. Het excuus is ook dat ze zo'n aantrekkingskracht hebben op bestuivers, zoals bijen en zweefvliegen. Alsof we daar geen goede alternatieven voor hebben.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten